Home | Contacteer ons | Wettelijke tekst | Accountantsadvies.be | Internationale website
Home arrow Artikels arrow De naam van een vennootschap
Nieuwsbrief



Home
HVR medewerkers
KMO-portefeuille
Diensten
Artikels
Links
Partners
E-accounting
Dossiers
Vacature
Kalender
October
Betaling provisie RSZ
5 October 2012
RSS feeds HVR
Abonneer u op de RSS feeds van HVR
feed image
 
De naam van een vennootschap PDF Afdrukken E-mail
Thursday 06 October 2005
De naam van een vennootschap dient uniek te zijn. Wat is uniek en wat kan u doen wanneer een tweede vennnootschap opgericht wordt met dezelfde of soortgelijke naam als uw vennootschap?

Keuze van de naam

In beginsel zijn de oprichters vrij een naam te kiezen voor hun vennootschap. Anderzijds maakte de wetgever in het vennootschapsrecht (vroeger) een onderscheid tussen (personen)-vennootschappen die een firmanaam mochten gebruiken en (kapitaal)vennootschappen die een maatschappelijke benaming moesten hanteren.

Onder een firmanaam wordt een naam verstaan die samengesteld is uit de naam van één of meer vennoten. Een maatschappelijke benaming daarentegen is een fantasienaam of een naam die verwijst naar het doel of de activiteit van de vennootschap. De wetgever maakte dit onderscheid uit bekommernis voor de tegenpartij van een vennootschap. Bij een kapitaalvennootschap met beperkte aansprakelijkheid mocht de tegenpartij er immers niet van uitgaan dat hij handelde met één van de vennoten of dat hij aanspraak zou kunnen maken op diens privé-vermogen. Omgekeerd, bij een vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid speelde deze bescherming van de derde contracterende partij geen rol.

Dit onderscheid is in de praktijk uitgegroeid tot een dode letter in ons vennootschapsrecht. Reeds vroeg heeft het Hof van Cassatie beslist dat een personenvennootschap ook een fantasienaam mag gebruiken, en dat een kapitaalvennootschap een familienaam in haar maatschappelijke naam mag opnemen.

In het nieuwe Wetboek van Vennootschappen heeft de wetgever zich aangepast aan de praktijk en luidt het nieuwe artikel 65, eerste lid, als volgt:

"Elke vennootschap moet een naam voeren, die verschillend is van die van een andere vennootschap."

Hiermee is de soms nog voorkomende discussie over firmanaam en maatschappelijke naam naar de geschiedenisboekjes verdwenen. Aangezien boek IV van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen de aan alle rechtspersonen gemeenschappelijke bepalingen bevat, geldt dit voortaan voor alle vennootschapsvormen.

Wat belangrijker is, is dat het tweede en derde lid van het artikel 65, dat de vordering tot naamswijziging omvat, nu voor alle vennootschappen in de wet is ingeschreven. Voorheen was dit enkel voor de NV, de BVBA en de CV, maar er werd aangenomen dat dit een regel was met algemene strekking zodat ook andere rechtsvormen zich hierop konden beroepen.

Bij een eventuele veroordeling voor een overtreding van het artikel 65 van het Wetboek van Vennootschappen stelt zich de vraag naar de aansprakelijkheid van de acterende notaris. De onderzoeksplicht van de notaris is van openbare orde. Hij kan zich derhalve niet onttrekken aan dit onderdeel van zijn opdracht. Anderzijds is het een middelenverbintenis waarvan de (niet-)nakoming getoetst moet worden aan de hand van wat van een zorgvuldig notaris verwacht mag worden. Bij de beoordeling hiervan mag rekening gehouden worden met de feitelijke omstandigheden waarin de notaris zijn werk diende te verrichten. Voor zijn opzoekingswerk kan de notaris over diverse databanken beschikken die in de praktijk dan ook gangbaar geconsulteerd worden. Het lijkt mij dat de notaris minstens de vereiste opzoekingen moet uitvoeren en de resultaten met de nodige toelichting en juridische gevolgen aan de cliënt dient te overleggen. Enkel op deze manier kan de notaris zich tegen zijn aansprakelijkheid beschermen. Kiest de cliënt dan toch voor een gelijkende vennootschapsnaam, dan is dit zijn persoonlijk risico.

Vordering tot naamswijziging

Een vennootschap heeft een aantal hulpmiddelen om te eisen dat een andere vennootschap met eenzelfde of sterk gelijkende naam, haar naam zou wijzigen.

Deze rechtsmiddelen zijn de volgende:

  • de vordering tot naamswijziging op grond van het Wetboek van Vennootschappen
  • de vordering tot staking op grond van de Wet op de Handelspraktijken
  • de vordering gebaseerd op het gemeen recht

In onderhavige studie behandelen wij enkel het eerste rechtsmiddel, namelijk de vordering ingevolge artikel 65 van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen. De andere twee rechtsmiddelen vallen buiten het bestek van dit artikel.

Vordering tot naamswijziging op grond van het vennootschapsrecht

Ingevolge artikel 65, tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen kan een vennootschap die vindt dat haar naam of een zeer gelijkende naam door een andere vennootschap gebruikt wordt, eisen dat deze laatste haar naam voldoende wijzigt.

Een schadevergoeding kan gevraagd worden, indien daartoe grond bestaat. De oprichters of, bij latere naamswijziging, de bestuurders zijn hoofdelijk gehouden tegenover de eisende partij tot betaling van de schadevergoeding. Om de uitvoering van de veroordeling te garanderen is het evenwel best een dwangsom aan de veroordeling te koppelen.

De sterkte van de vordering op grond van artikel 65 Wb.Venn. is dat er geen fout (van de verwerende vennootschap) noch schade (in hoofde van de eisende vennootschap) aanwezig dient te zijn om in de vordering te slagen. De regels vervat in het gemeen recht en meer bepaald artikel 1382 B.W. zijn hier immers niet van toepassing.

De eisende partij kan volstaan met het aantonen dat zij de naam voorheen rechtmatig gebruikte en dat de naam gebruikt door de verwerende vennootschap gelijk is aan of sterk gelijkt op de naam van de eisende vennootschap.

Dit eerste gebruik dient te blijken uit de oprichtingsakte en de in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad gepubliceerde statuten. In bepaalde gevallen kan dit eerste gebruik ook aangetoond worden door middel van het gebruik ervan door de oprichters, dus zelfs voor de oprichting van de vennootschap.

Wenst men afkortingen of bepaalde samenstellingen van de naam van de vennootschap eenzelfde bescherming te geven als de naam zelf, dan dienen deze afkortingen en samenstellingen eveneens statutair opgenomen te worden.

Daarnaast dienen de namen van de twee vennootschappen gelijk of sterk gelijkend te zijn zodat er gevaar is voor verwarring uitgaande van een normaal oplettend persoon. De mogelijkheid tot verwarring is voldoende. Er dient dus niet aangetoond te worden dat er effectief verwarring is. Bovendien mag bij de beoordeling van de verwarring geen rekening gehouden worden met sectoriële of geografische overwegingen. De rechter dient in abstracto te beoordelen. Enkel de twee namen op zich dienen vergeleken te worden.

In welke praktijkgevallen werd door de rechter verwarring geoordeeld? Tussen de namen “Lavero” en “Lavora”, tussen “Vocalor” en “Bocolor” en tussen “Belpro G.G.” en “Belpro Cie” werd dit aanwezig geacht. Bij de namen “Auto pièces” en “Wathem Auto pièces”, tussen “Avia-Belgique” en “Transavia-Service” of tussen “Preciese Mekaniek van Ronse” en “Preciese Mekaniek van Oudenaarde” werd dit onvoldoende beoordeeld.

Ook het gebruik van een familienaam is aan dezelfde regeling onderworpen. De oprichters van latere vennootschappen dienen dus voldoende zorg aan de dag te leggen om hun familienaam voldoende onderscheidend karakter mee te geven. Dit kan bijvoorbeeld door de voornaam mee te vermelden, initialen, of de naam van een andere vennoot, of een verwijzing naar de activiteit enzoverder.

Een verduidelijkend voorbeeld is het arrest dat het Hof van Beroep van Brussel in 1990 in de zaak NV Schenk versus de BVBA Weinschenk velde. Het Hof oordeelde dat de vennoten van een BVBA het recht hebben om hun familienaam (in casu Schenk) te gebruiken als naam voor hun vennootschap op voorwaarde dat zij de nodige maatregelen treffen om verwarring te voorkomen. Zij hebben dit voldoende gedaan door het voorvoegsel “Wein” te gebruiken als verwijzing naar hun activiteiten (hoewel de activiteiten dezelfde waren voor beide partijen).

Dat met deze toevoegingen opgelet dient te worden, bewijst een arrest van de Rechtbank van Koophandel te Brussel dat oordeelde dat door de enkele toevoeging van “Consultant” de vennootschapsnamen “Citilife” en “Citilife Consultant” onvoldoende van elkaar verschilden om verwarring te voorkomen. Anderzijds vond een Antwerps rechter dat “Krea” en “Krea Keuken” wel voldoende van elkaar verschilden. Hoewel deze toevoegingen betrekking hebben op algemene termen en niet op familienamen, is dit toch een voorbeeld van de soms erg casuïstische rechtspraak.

Wanneer kan geen vordering tot naamswijziging ingediend worden? Vooreerst wanneer de gebruikte naam een algemeen ingeburgerd begrip vormt. Een voorbeeld hiervan zijn de woorden “data” en “soft”. Geoordeeld werd dat deze woorden ondertussen begrippen zijn geworden in de informaticawereld en derhalve geen bestanddeel van een beschermde naam kunnen uitmaken. In het algemeen zal het zo zijn dat een verwijzing naar de activiteit van de vennootschap veelal geen rechten oplevert voor de bescherming van de vennootschapsnaam.

Ten tweede kan een vennootschap zich niet meer beroepen op de regeling vervat in het artikel 65 van het Wetboek van Vennootschappen, wanneer zij voorafgaandelijk aan de verwerende partij toelating gegeven heeft haar naam of een gelijkaardige naam te gebruiken als maatschappelijke naam.

Tenslotte is het ook zo dat wanneer een vennootschap het gebruik van eenzelfde of gelijkaardige naam van een andere vennootschap gedurende een lange periode met kennis van zaken negeert, zij achteraf geen vordering meer kan instellen in overeenstemming met het principe van rechtsverwerking.

Ook buitenlandse vennootschappen kunnen opkomen tegen het gebruik door een Belgische vennootschap van een maatschappelijke naam die al te sterk gelijkend is op diegene die door hen gebruikt wordt én waardoor verwarring zou kunnen ontstaan op het Belgisch grondgebied.

De vordering dient ingesteld te worden bij de Rechtbank van Koophandel. Slechts een vennootschap kan deze vordering indienen. Bij hoogdringendheid kan een stakingsvordering ingediend worden op basis van artikel 93 van de Wet op de Handelspraktijken bij de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel, zetelend zoals in kort geding. Dit houdt in dat naast de bewijsvoering inzake het artikel 65 van het Wetboek van Vennootschappen, en nu in concreto, aangetoond moet worden dat de eisende partij schade ondervindt of zou kunnen ondervinden van het gebruik van de naam door de verwerende partij.

De stakingsrechter heeft echter enkel de bevoegdheid het verdere gebruik van de vennootschapsnaam te verbieden. Een wijziging van de naam kan hij niet bevelen. Daarvoor is een procedure ten gronde noodzakelijk voor de Rechtbank van Koophandel. Praktisch gezien komt het verbod op het verdere gebruik van de vennootschapsnaam erop neer dat de veroordeelde partij zich verplicht zal zien haar naam te wijzigen.

Laatst geupdate ( Tuesday 11 October 2005 )
< Vorige