Home | Contacteer ons | Wettelijke tekst | Accountantsadvies.be | Internationale website
Home arrow Artikels arrow Scholingsbeding: eindelijk een wettelijke regeling
Nieuwsbrief



Home
HVR medewerkers
KMO-portefeuille
Diensten
Artikels
Links
Partners
E-accounting
Dossiers
Vacature
Kalender
October
Betaling provisie RSZ
5 October 2012
RSS feeds HVR
Abonneer u op de RSS feeds van HVR
feed image
 
Scholingsbeding: eindelijk een wettelijke regeling PDF Afdrukken E-mail
Wednesday 31 January 2007
Eindelijk is er een wettelijke regeling voor het zogenaamde scholingsbeding dat meermaals opgenomen werd in arbeidsovereenkomsten, maar met matig succes bij een juridisch geschil. De wet bepaalt nu de voorwaarden waaraan een scholingsbeding moet voldoen om geldig te zijn.

Definitie

Het scholingsbeding is een beding waarbij de werknemer, die gedurende de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst een opleiding volgt op kosten van de werkgever, zich ertoe verbindt om deze laatste een gedeelte van de opleidingskosten terug te betalen wanneer hij de onderneming verlaat voor het einde van een overeengekomen periode.

Dit scholingsbeding werd reeds langer in de praktijk gebruikt om te vermijden dat de kosten die een werkgever draagt voor de opleiding van een werknemer, verloren gaan.

Het volgen van de nodige opleidingen om op de hoogte te blijven van de normale zaken die eigen zijn aan de functie of die ervoor vereist zijn, valt hier uitdrukkelijk niet onder. Hiervoor kan dus nooit een scholingsbeding ingeroepen worden.

Geldigheidsvoorwaarden

Om de terugbetaling te kunnen verkrijgen, dienen werkgever en werknemer een scholingsbeding op te stellen waarin een aantal verplichte vermeldingen moeten opgenomen worden.

Dit beding moet:

  • verplicht schriftelijk vastgesteld worden,
  • voor elke werknemer afzonderlijk en
  • uiterlijk op het moment dat de door het scholingsbeding beoogde opleiding begint.

Het scholingsbeding mag enkel voorzien worden in een contract van onbepaalde duur. Dit kan als onderdeel van deze arbeidsovereenkomst, of als afzonderlijk addendum hieraan.

Verplichte vermeldingen

Het geschrift moet de volgende vermeldingen bevatten:

  • een omschrijving van de overeengekomen opleiding, de duur en de plaats ervan;
  • de kost van de opleiding of de elementen die toelaten deze kost in te schatten (de verloning die aan de werknemer betaald wordt tijdens de duur van de opleiding mag niet  in aanmerking genomen worden);
  • de begindatum en de geldigheidsduur van het scholingsbeding, met een maximumduur van 3 jaar, en  bepaald in functie van de duur en de kost van de opleiding;
  • het terug te betalen bedrag.

Maximum terug te betalen bedrag

Het door de werknemer terug te betalen bedrag in geval van niet-naleving van het scholingsbeding is vastgesteld op:

  • 80% van de opleidingskost in geval van vertrek van de werknemer vóór 1/3 van de overeengekomen periode;
  • 50% van de opleidingskost in geval van vertrek van de werknemer tussen 1/3 en 2/3 van de overeengekomen periode;
  • 20% van de opleidingskost in geval van vertrek van de werknemer na 2/3 van de overeengekomen periode.

Bovendien mag het in geen geval meer bedragen dan 30% van het brutojaarloon van de werknemer.

Uitsluitingen

Het scholingsbeding zal geen uitwerking hebben wanneer de arbeidsovereenkomst beëindigd wordt:

  • tijdens de proefperiode;
  • door de werkgever zonder dringende reden;
  • door de werknemer omwille van een dringende reden;
  • in het kader van een herstructurering zoals bedoeld in de wet betreffende het generatiepact.

Het scholingsbeding wordt geacht onbestaande te zijn:

  • indien de arbeidsovereenkomst niet voor onbepaalde duur gesloten is;
  • indien het jaarloon van de werknemer niet meer dan 28.093 EUR bedraagt (bedrag geldig in 2007) op het moment dat de beoogde vorming begint;
  • indien de aan de werknemer gegeven vorming voortvloeit uit een wettelijke of reglementaire bepaling om het beroep uit te oefenen;
  • indien het niet gaat om een specifieke vorming die aan de werknemer toelaat nieuwe professionele competenties op te doen die hij, in voorkomend geval, ook buiten de onderneming zou kunnen gebruiken;
  • indien de vorming geen duur van 80 uur bereikt;
  • indien de kost van de vorming niet meer bedraagt dan het dubbel van het gemiddeld minimum maandinkomen (momenteel 1.258,91 x 2 = 2.517,82 EUR).

Tenslotte kunnen de sectoren ook nog bij collectieve arbeidsovereenkomst beslissen om bepaalde categorieën van werknemers en/of vormingen van de toepassing van het scholingsbeding uit te sluiten.

Inwerkingtreding

7 januari 2007.

Broninformatie

Wet houdende diverse bepalingen van 27 december 2006 (Belgisch Staatsblad 28 december 2006, 3de editie, artikelen 179-180) waarbij een nieuw artikel 22bis ingevoegd in de Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Laatst geupdate ( Wednesday 31 January 2007 )
< Vorige   Volgende >