|
Een IBO laat de werkgever toe om op een goedkope manier werkzoekenden aan te werven voor specifieke jobs waarvoor het bedrijf zelf de opleiding zal verzorgen. In dit systeem is er een redelijk grote tussenkomst van de VDAB in de personeelskost van de betrokken werknemer.
Wat is de doelstelling van dit IBO-plan? Werkzoekenden een bedrijfs- en functiespecifieke opleiding geven onder verantwoordelijkheid van het bedrijf, met als voorwaarde de opleiding te laten volgen door een vaste aanwerving voor onbepaalde duur. Voordelen Tijdens de opleidingsperiode betaalt het bedrijf geen loon, maar wel een productiviteitspremie aan VDAB. Voor laaggeschoolden en schoolverlaters is deze premie extra-laag. De werkzoekende (cursist) behoudt zijn of haar vervangingsinkomen tijdens de opleiding en VDAB betaalt een bijkomende premie die dit vervangingsinkomen aanpast tot het normale loon (geldend voor het bedrijf en de functie die wordt aangeleerd). Indien er geen vervangingsinkomen is, betaalt VDAB een premie gelijk aan het volledige loon. Meer info vindt je door op RSZ_verminderingen_IBO.pdf te klikken. Hoe aanvragen? Nadat een kandidaat is gevonden maakt de werkgever een opleidingsplan, afhankelijk van de aan te leren functie en van mogelijke voorkennis van de kandidaat. De VDAB beslist over de opportuniteit van de opleiding en bespreekt samen met de werkgever de opleidingsduur. Deze kan variëren tussen 4 en 26 weken (uitzonderlijk tot 52 weken). De opleiding is minstens halftijds. Het opleidingscontract wordt ondertekend door werkgever, de werkzoekende (de cursist) en de VDAB. De werkgever maakt maandelijks een staat over aan VDAB van de gepresteerde uren. Aan de hand daarvan verrekent VDAB aan de werkgever de productiviteitspremie en betaalt ze ook het loon aan de cursist. Tijdens de opleiding is er begeleiding en opvolging door VDAB. Na de opleiding volgt een aanwerving met een contract van onbepaalde duur. |