|
De Programmawet van 20 juli 2006 voorziet in een forfaitaire sanctie gelijk aan het dubbele van de verschuldigde bijzondere bijdrage voor bedrijfsvoertuigen in het geval de werkgever het voertuig niet aan de RSZ heeft aangegeven of hij een foutieve aangifte heeft ingediend om de bijzondere bijdrage geheel of gedeeltelijk te omzeilen. De uiterste datum om deze bijzondere bijdrage te regulariseren is vandaag 30 november 2006.
De forfaitaire sanctie trad in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2005. De programmawet voorzag echter in een vrijstelling van sanctie voor de periode vanaf het 1e kwartaal 2005 tot en met het 2e kwartaal 2006, voor zover de werkgevers ten laatste op 30 juni 2006 de voertuigen aangegeven hadden en de solidariteitsbijdrage betaald hadden. Omdat de Programmawet pas op 28 juli 2006 werd gepubliceerd, besliste de RSZ de forfaitaire sanctie niet toe te passen voor de werkgevers die zich in regel stellen voor de gehele periode waarvoor de solidariteitsbijdrage verschuldigd is (dus vanaf het 1e kwartaal 2005 tot en met het 2e kwartaal 2006) vóór 1 december 2006. Alle regularisaties van de aangiften van het 1e kwartaal 2005 tot en met het 2e kwartaal 2006, uitgevoerd vanaf 1 december 2006 op initiatief van de inspectiediensten, geven aanleiding tot bijdrageopslagen (10 %) en intresten (7 % op jaarbasis) én daarenboven een forfaitaire sanctie die het dubbele bedraagt van de bijzondere bijdrage die de werkgever voor dat voertuig verschuldigd is. Gebeurt de regularisatie voor deze periode op initiatief van de werkgever, dan kan hem enkel de forfaitaire sanctie opgelegd worden. Controleer dus even of u voor de bedrijfswagens deze bijzondere RSZ-bijdrage betaalt via de factuur van uw sociaal secretariaat. Deze verplichting geldt enkel voor bedrijfswagens gebruikt door personeel, niet door zelfstandige zaakvoerders, bestuurders of vennoten. De bijdrage zelf wordt geheven op basis van de CO2-uitstoot vermeld op het inschrijvingsbewijs van de wagen.
|