|
Eindelijk heeft de belastingadministratie een circulaire gepubliceerd inzake transfer princing oftewel, in mooi Nederlands, verrekenprijzen. Verrekenprijzen heeft betrekking op doorfacturatie tussen verbonden vennootschappen. In een vennootschappengroep bestaat immers dikwijls de neiging om winsten in bepaalde vennootschappen te belasten ten nadele van andere vennootschappen. de circulaire is een update van de bestaande Belgische regelgeving en integreert teglijk de Europese Gedragscode.
Wanneer is er een kans op controle? De circulaire somt een niet-limitatieve lijst van gevallen waarin een controleonderzoek inzake verrekenprijzen aangewezen kan zijn: - het gebruik van belastingparadijzen en vluchtlanden wanneer aldaar geen of weinig economische waarde wordt toegevoegd (voorbeeld herfactureringsactiviteiten), alsmede rechtstreekse of onrechtstreekse betalingen aan vestigingen in belastingparadijzen en vluchtlanden (commissielonen, royalty’s, management fees, …);
- het gebruik van back-to-back regelingen teneinde de werkelijke essentie van de transactie te verbergen;
- complexe regelingen en cirkelstructuren die weinig of geen handels- of economische waarde toevoegen;
- Belgische groepsvestigingen die structureel verlies lijden;
- bedrijfsherstructureringen en verplaatsen van vestigingen, in het bijzonder met betrekking tot de waardering en vergoeding van intellectuele eigendom zoals patenten, knowhow en goodwill alsmede inzake de plaats waar de juridische en economische eigendom van die intellectuele eigendom wordt aangehouden;
- facturen voor dienstprestaties (management fees) op het einde van het boekjaar (uitgaande - te innen - facturen bijvoorbeeld als tegengewicht voor de aftrek als DBI en inkomende - te betalen - facturen die bijvoorbeeld dienen voor winststripping).
Onderneming die zich in één van deze gevallen bevinden, hebben dus een verhoogde kans op een gericht controleonderzoek. Pre-audit vergadering Vooraleer de belastingadministratie een controle uitvoert en dus een vraag om inlichtingen zal versturen naar de betrokken onderneming, kan zij nu ook de belastingplichtige uitnodigen op een voorafgaandelijke vergadering om een verkennend gesprek te hebben over de omvang van de controle. Hierop kan bekeken worden waar mogelijke aandachtspunten vanwege de belastingadministratie liggen, welke documentatie gewenst is, enzoverder. De onderneming kan hier al haar documentatie betreffende de verrekenprijzen naar voren schuiven. De circulaire somt een aantal nuttige inlichtingen op die de belastingadministratie kan gebruiken om naderhand gerichter en efficiënter de controle uit te voeren: - de werkingssfeer is van de controle, in het bijzonder welke transacties zullen worden onderzocht (zoals bijvoorbeeld: distributie, productie, onderzoek en ontwikkeling, dienstverlening, financiële transacties);
- welke informatie en documentatie relevant en nuttig is voor het onderzoek van de verrekenprijzen voor de transacties waarbij de Belgische onderneming is betrokken;
- welke documentatie reeds aanwezig is in de onderneming en op relatief korte termijn aan de administratie kan worden bezorgd;
- welke cyclische schommelingen in de betrokken bedrijfssector voorkomen;
- welke verrekenprijspolitiek door de onderneming (of de groep) wordt gevoerd.
Redelijke documentatieverzoeken Op basis van die mogelijkheid tot een pre-audit-vergadering zou de belastingadministratie zich moeten kunnen beperken in haar vraagstelling tot het minimaal benodigde om de situatie te kunnen inschatten. Een algemene vragenlijst zou dus uit den boze moeten zijn. Wel stelt de circulaire dat een voorzichtige bedrijfsleider pro-actief de nodige documentatie zou dienen aan te leggen inzake verrekenprijzen. Deze, in principe, schriftelijke documentatie zal voorhanden moeten zijn om het "at arm's length" (dus economisch verantwoord) karakter van de gehanteerde verrekenprijzen te kunnen onderbouwen. De circulaire omvat een lijst van informatie die in dat kader kan worden voorbereid: - de verbonden ondernemingen
- de uitgevoerde transacties
- de uitgeoefende functies
- de gedragen risico’s
- de gebruikte activa (waaronder ook licenties, merken, ...)
In de circulaire die u onderaan bij de broninformatie terugvindt, worden deze inlichtingen ten titel van voorbeeld, verder gedetailleerd. Documentatie in een andere taal is toegelaten Gelet op het multinationale karakter van ondernemingen, het feit dat verrekenprijsstudies meer en meer worden verricht op een pan-Europese of wereldschaal, of nog dat soms informatie moet worden opgevraagd bij een buitenlandse verbonden onderneming, is het niet altijd mogelijk om de documentatie beschikbaar te hebben in de officiële taal van de onderneming. De circulaire vraagt de ambtenaren om hiermee soepel om te gaan en slechts inbeperkte mate en zeer specifiek vertalingen van documenten te vragen. Vraag om inlichtingen: antwoordtermijn Normaal geldt hier de klassieke termijn van één maand om het antwoord op de gestelde vragen aan de belastingadministratie te bezorgen, tenzij verlenging toegestaan wordt om wettige redenen. De circulaire vraagt hier enige soepelheid toe te passen bij de verlenging gelet op het dikwijls aanzienlijke werk van documentatieverzameling. Documentatieverplichtingen voor KMO's In lijn met de Gedragscode, erkent de circulaire dat de vereisten inzake verrekenprijsdocumentatie anders zijn voor kleinere en minder complexe ondernemingen. Dat is in lijn met de algemene teneur van de circulaire, die pleit voor een individuele benadering van elk dossier inzake verrekenprijzen. Broninformatie Circulaire AOIF 40/2006, 14 november 2006, Ci.RH.421/580.456.
|