Home | Contacteer ons | Wettelijke tekst | Accountantsadvies.be | Internationale website
Home arrow Artikels arrow Onkostenvergoedingen voor kunstenaars
Nieuwsbrief



Home
HVR medewerkers
KMO-portefeuille
Diensten
Artikels
Links
Partners
E-accounting
Dossiers
Vacature
Kalender
October
Betaling provisie RSZ
5 October 2012
RSS feeds HVR
Abonneer u op de RSS feeds van HVR
feed image
 
Onkostenvergoedingen voor kunstenaars PDF Afdrukken E-mail
Sunday 16 December 2007

Recentelijk werd een circulaire gepubliceerd met een eerste commentaar op de wet van 25 april 2007, met in het bijzonder de wijzigingen in het Wetboek van inkomstenbelastingen inzake onkostenvergoedingen voor kunstenaars.

Krachtens de wet van 25 april 2007 zijn de forfaitaire onkostenvergoedingen die vanaf 1 januari 2007 werden toegekend voor het leveren van artistieke prestaties en/of de productie van artistieke werken voor rekening van een opdrachtgever, ongeacht of ze een professioneel of occasioneel karakter hebben, vrijgesteld ten belope van 2000 euro per kalenderjaar (geïndexeerde bedrag voor inkomstenjaar 2007: 2.111,32 euro).

Deze vrijstelling is onderworpen aan 3 voorwaarden die de administratie verduidelijkte in haar circulaire:

  1. De belastingplichtige moet in het bezit zijn van een correct ingevulde kunstenaarskaart. Deze kunstenaarskaart dient evenwel nog het daglicht te zien...
  2. De onkostenvergoeding mag maximaal 100 EUR per dag bedragen (geïndexeerd bedrag voor het inkomstenjaar 2007: 105,57 EUR) én per opdrachtgever.
  3. De kunstenaar mag tijdens deze artistieke activiteit niet gebonden zijn aan dezelfde opdrachtgever door een arbeidscontract, een aannemingsovereenkomst of een statutaire bepaling (tenzij om het verschil van de aard van de prestaties tussen de verschillende activiteiten duidelijk te maken)

Op te merken valt dat, wanneer het bedrag van de vergoeding de in de wet vermelde maximumbedragen overschrijdt (per dag of per kalenderjaar) de totaliteit van de vergoeding zal worden beschouwd als een belastbaar inkomen, hetzij als beroepsinkomsten, hetzij als diverse inkomsten, in functie van de kwalificatie die aan de dienstlevering wordt gegeven. Dit opdat vooral de ‘kleine’ kunstenaars van de vrijstelling zouden kunnen genieten.

Betreffende de derde voowaarde geeft de administratie aan dat een acteur die aan een bepaalde instelling is verbonden voor het leveren van artistieke diensten niet kan profiteren van de vrijstelling van inkomsten die werden vergaard tijdens een benefietavond voor rekening van die instelling (om te vermijden dan anders een deel van de normale inkomsten belastingvrij gekwalificeerd zouden worden). De circulaire geeft daarentegen wel aan dat een werknemer (bediende met een functie die niet in lijn van zijn kunstenaarschap ligt) zonder enig probleem voor zijn werkgever een artistieke activiteit mag leveren die in aanmerking komt voor vrijstelling.

< Vorige   Volgende >