Home | Contacteer ons | Wettelijke tekst | Accountantsadvies.be | Internationale website
Home arrow Artikels arrow Onderhoudsuitkeringen: de regels voor aftrekbaarheid en belastbaarheid
Nieuwsbrief



Home
HVR medewerkers
KMO-portefeuille
Diensten
Artikels
Links
Partners
E-accounting
Dossiers
Vacature
Kalender
October
Betaling provisie RSZ
5 October 2012
RSS feeds HVR
Abonneer u op de RSS feeds van HVR
feed image
 
Onderhoudsuitkeringen: de regels voor aftrekbaarheid en belastbaarheid PDF Afdrukken E-mail
Thursday 06 October 2005

De aftrek van betaalde onderhoudsuitkeringen of –kapitalen

De aftrek van onderhoudsuitkeringen of kapitalen die ter vervanging van toekomstige onderhoudsverplichtingen in een maal betaald worden (a rato van 80 procent in mindering te brengen van de beroepsinkomsten), wordt geregeld door artikel 104, 1°, W.I.B. 1992:

Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 107 tot 116, worden van het totale netto-inkomen de volgende bestedingen afgetrokken, in zover zij in het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald :
1° 80 pct. van de uitkeringen die de belastingplichtige regelmatig heeft betaald aan personen die niet deel uitmaken van zijn gezin, wanneer ze zijn betaald ter uitvoering van een verplichting op grond van de artikelen 203, 203bis, 205, 205bis, 206, 207, 213, 221, 223, 301, 303, 306, 307, 307bis, 308, 311bis, 334, 336, 339bis, 364, 370, 475bis of 475quinquies van het Burgerlijk Wetboek en van de artikelen 1258, 1271, 1280, 1288 of 1306 van het Gerechtelijk Wetboek, zomede 80 pct. van de kapitalen die zulke uitkeringen vervangen ; Evenwel zijn de uitkeringen betaald voor de kinderen voor welke de toepassing van artikel 132bis werd gevraagd, niet aftrekbaar.
2° 80 pct. van de uitkeringen of de aanvullende uitkeringen die de belastingplichtige verschuldigd is volgens de voorwaarden bepaald in 1°, doch die na het belastbare tijdperk waarop zij betrekking hebben betaald worden ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd. Evenwel zijn de uitkeringen betaald voor de kinderen voor welke voor een vorig aanslagjaar de toepassing van artikel 132bis werd gevraagd, niet aftrekbaar.

Volgende voorwaarden dienen vervuld te zijn opdat de aftrekbaarheid van onderhoudsuitkeringen dan wel –kapitalen aanvaard zou worden door de fiscale administratie:

  1. de uitkeringen of kapitalen moeten worden betaald ter uitvoering van een verplichting, voortvloeiend uit de hierboven vermelde artikelen van het Burgerlijk Wetboek of van het Gerechtelijk Wetboek;
  2. de verkrijger van de uitkering of van het kapitaal mag geen deel uitmaken van het gezin van de persoon die de uitkering of het kapitaal betaalt;
  3. indien het een niet-gekapitaliseerde uitkering betreft, moet deze regelmatig zijn betaald, tenzij de onregelmatige betaling te wijten is aan een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag van de uitkering met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd;
  4. de betaling moet door bewijsstukken worden gerechtvaardigd.

Een bijkomende voorwaarde door de fiscale administratie gesteld, is dat de genieter zich in een staat van behoeftigheid dient te bevinden.

De voorwaarden in detail

Onderhoudsuitkeringen in het kader van het Burgerlijk en Gerechtelijk Wetboek

Hier is artikel 203 §1 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing:

De ouders dienen naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levensonderhoud, het toezicht, de opvoeding en de opleiding van hun kinderen.

De genieter moet behoeftig zijn

Het al dan niet in staat van behoefte verkeren is en blijft een feitenkwestie.  Ze dient te worden beoordeeld, rekening houdend met de normale levensvoorwaarden van de genieter van de uitkeringen, gelet op zijn opvoeding en sociale stand.

Het dient niet te worden nagegaan of de genieter behoeftig is, wanneer het bedrag van de uitkering door een rechterlijke beslissing is vastgesteld of bij gebreke van een dergelijke verplichting, wanneer dit bedrag als normaal moet worden beschouwd gelet op de sociale toestand en de respectieve inkomens van de schuldenaar en de genieter van de rente.

Zijn niet aftrekbaar, de bedragen die naar de vorm wel onderhoudsuitkeringen zijn, maar die in werkelijkheid moesten worden betaald ter uitvoering van een overeenkomst onder bezwarende titel, buiten enige behoeftigheid van de genieter om (Antwerpen - 02 november 1992).

De genieter mag geen deel uitmaken van het gezin van de onderhoudsplichtige

Ook is dit is vaak stof tot discussie. Duidelijke voorbeelden van elementen die er op wijzen dat de genieter een onafhankelijk leven wil leiden of een eigen gezin wil stichten zijn:

  • het huwelijk of het samenwonen als koppel
  • een verstoorde verstandhouding met de ouders
  • verandering van titularis bij de ziekteverzekering.

Het begrip gezin wijst op een toestand gekenmerkt door een huiselijk samenleven en -wonen, zonder tijdelijke onderbrekingen uit te sluiten. 

Hierbij vindt U een aantal arresten die een idee geven over de door de Administratie gehanteerde zienswijze.

Antwerpen - 12.01.1988: Uit de omstandigheden dat een studerend kind, zonder zelf enig inkomen te hebben, op eigen initiatief drie woningen heeft gehuurd, in eigen naam de nutsvoorzieningen heeft betaald, een eigen brandverzekering heeft afgesloten, een eigen financiële rekening heeft geopend en de ontvangen gelden heeft gebruikt voor lectuur en ontspanning e.d., kan niet worden afgeleid dat dit kind geen deel meer uitmaakt van het gezin.  De officiële inschrijving op een ander domicilie, noch het indienen van een eigen fiscale aangifte, kunnen evenmin dit bewijs bijbrengen.

Daar tegenover staat Brussel - 14 maart 1996: Hoewel de afzonderlijke domiciliëring op zich niet aantoont dat de dochter het ouderlijk huis heeft verlaten, bleek dat zij na beëindiging van haar studies bij voortduur op het afzonderlijk adres was blijven wonen.  Verder ontving zij in eigen naam kinderbijslag en werd zij door overheidsinstanties (bijvoorbeeld voor de gewestelijke milieubelastingen) als een alleenstaande beschouwd.  Deze zaken tonen aan dat de dochter geen deel meer uitmaakte van het gezin en dat de afzonderlijke domiciliëring geen schijnoperatie was.  De aftrek van de onderhoudsgelden in hoofde van de onderhoudsplichtige werd toegestaan.

Brussel - 03 oktober 1996: De ouders storten een onderhoudsuitkering aan hun zoon die 23 jaar oud is en geneeskunde studeert.  Het Hof stelde dat een onderhoudsuitkering in het algemeen dient om tegemoet te komen aan de behoeften van een persoon die daaraan met zijn eigen middelen niet het hoofd kan bieden.  Zij gaat akkoord met de aftrek van de uitkeringen in hoofde van de onderhoudsplichtige op basis van de volgende elementen:

  • de zoon is na zijn vertrek nooit meer bij zijn ouders komen wonen
  • hij heeft een eigen domicilie
  • hij heeft zelf een brandverzekering afgesloten
  • hij heeft een eigen familiale polis afgesloten
  • in zijn eigen aangifte werden de ontvangen uitkeringen belast (ten belope van 80%)
  • de ouders hebben 14 attesten voorgelegd waaruit blijkt dat hun zoon de familiale woonplaats heeft verlaten
  • in de volgende jaren had de Administratie de aftrek wel toegestaan hoewel de situatie identiek was

Zoals U merkt is het al dan niet deel uitmaken van het gezin een feitenkwestie.

Uitkeringen moeten regelmatig zijn betaald of toegekend

Regelmatig staat voor periodiek. De betalingen moeten met de nodige bewijsstukken worden gerechtvaardigd.

Brussel - 21.03.1989: Het vereiste bewijs van betaling is niet geleverd door afschriften van stortingsbewijzen die niet de minste aanduiding bevatten nopens de bestemming van de beweerde betalingen.

Luik - 16.01.1991: Hetzelfde geldt voor een attest dat onduidelijk is wat betreft de overgemaakte sommen en niet gestaafd is door enig bewijsstuk.

Gent - 18 januari 1996: De loutere bewering regelmatig onderhoudsgeld te betalen in cash volstaat niet.

Brussel - 16 februari 1995: Een betaling van hand tot hand kan nochtans worden aanvaard, indien er voldoende andere elementen aanwezig zijn waaruit de waarachtigheid van de betalingen kan blijken.  In het bedoelde geval werd hier (cumulatief) onder verstaan:

  • ondertekende maandelijkse ontvangstbewijzen
  • bevestiging van de betaling door de advocaat van de ontvangende partij
  • rechtstreekse dagvaarding vanwege de ontvangende partij wegens éénzijdige verlaging van het onderhoudsgeld

Opmerking

Een punt dat zeker aandacht verdient bij de fiscale aftrekbaarheid van een eenmalig kapitaal ter vervanging van de onderhoudsuitkeringen is het feit dat, wanneer de aftrek van 80 procent van het betaalde kapitaal van de belastbare inkomsten, dit zou leiden tot een negatief resultaat, dit verlies niet overdraagbaar is naar een volgende aanslagjaar (en dus eigenlijk verloren is). Enige fiscale planning met de beroepsinkomsten is op dat moment aangewezen.

Belastbaarheid van onderhoudsuitkeringen of -kapitalen

Ik verwijs voor de belastbaarheid vooreerst naar de bewoordingen van artikel 90, 3° en 4° W.I.B. 1992 dat stelt:

3° uitkeringen die aan de belastingplichtige regelmatig zijn toegekend door personen van wier gezin hij geen deel uitmaakt, wanneer ze worden toegekend ter uitvoering van een verplichting op grond van de artikelen 203, 203bis, 205, 205bis, 206, 207, 213, 221, 223, 301, 303, 306, 307, 307bis, 308, 311bis, 334, 336, 339bis, 364, 370, 475bis of 475quinquies van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 1258, 1271, 1280, 1288 of 1306 van het Gerechtelijk Wetboek, zomede kapitalen die zulke uitkeringen vervangen;

4° uitkeringen of aanvullende uitkeringen als vermeld onder 3° die, ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd, aan de belastingplichtige zijn betaald na het belastbare tijdperk waarop ze betrekking hebben;

Op grond hiervan zijn ontvangen uitkeringen of kapitalen die dienen als onderhoudsgelden bij de genieter belastbaar. Het belastbaar bedrag is 80 procent van het ontvangen bedrag.

Ingeval een kapitaal betaald wordt ter vervanging van de toekomstige verplichtingen tot betaling van een onderhoudsuitkering, de zogenaamde gekapitaliseerde uitkeringen tot onderhoud, dient dit kapitaal omgezet te worden in een fictief jaarbedrag (rente) door toepassing van een omzettingscoëfficiënt zoals vermeld in artikel 169 W.I.B. 1992 en art 73 § 1 K.B. / W.I.B. 1992:

Artikel 169 W.I.B. 1992:
Wanneer de inkomsten een in artikel 90, 3°, vermeld kapitaal omvatten, komt dat kapitaal voor de berekening van de belasting slechts in aanmerking tot het bedrag van de jaarlijkse uitkering die erdoor wordt vervangen.
Het bedrag van de jaarlijkse uitkering die voor de berekening van de belasting in aanmerking moet worden genomen, wordt vastgesteld door op het kapitaal een van de in artikel 169, § 1 , vermelde omzettingscoëfficiënten toe te passen.
Vanaf de dag waarop dat kapitaal is betaald of toegekend en tot de dag van het overlijden van de verkrijger wordt 80 pct. van het bedrag van de jaarlijkse uitkering voor elk belastbaar tijdperk gezamenlijk met de andere inkomsten belast.

Artikel 73 K.B. / W.I.B. 1992:
Kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in artikel 169 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, worden voor de vaststelling van de belastbare grondslag slechts in aanmerking genomen tot het bedrag van de lijfrente die verkregen wordt door hun omzetting tegen het percent dat in de onderstaande tabel is vermeld tegenover de leeftijd van de verkrijger op de datum waarop het kapitaal of de afkoopwaarde hem wordt betaald of toegekend; die leeftijd wordt in volle jaren en met weglating van de gedeelten van een jaar vastgesteld.

Leeftijd van de verkrijger op de datum van betaling of toekenning van het kapitaal of de afkoopwaarde of afkoopwaarden in lijfrentePercent voor omzetting van kapitalen
40 jaar en minder
41 tot 45 jaar
46 tot 50 jaar
51 tot 55 jaar
56 tot 58 jaar
59 en 60 jaar
61 en 62 jaar
63 en 64 jaar
65 jaar en meer
1
1,5
2
2,5
3
3,5
4
4,5
5

De beperking in tijd (tot 10 of 13 jaar naargelang de omzettingscoëfficiënt, zoals opgenomen in artikel 170, § 2, W.I.B. 1992) is niet van toepassing op de gekapitaliseerde onderhoudsuitkeringen, in tegenstelling tot andere ontvangen kapitaalbedragen.

Laatst geupdate ( Tuesday 11 October 2005 )
< Vorige   Volgende >