|
Bedrijfsleider in twee verschillende ondernemingen en het voordeel voor gratis gebruik van wagens |
|
|
|
|
Thursday 11 March 2010 |
|
Een persoon is bestuurder of zaakvoerder in twee verschillende ondernemingen. In elk van die ondernemingen beschikt hij over een gratis door de onderneming ter beschikking gestelde wagen. Dient er twee keer een voordeel van alle aard moet berekenen op basis van artikel 18, punt 9 van KB/WIB92?
Volgens een eerste denkpiste is het logisch dat elke onderneming die een voertuig ter beschikking stelt van de bedrijfsleider de wettelijke en administratieve regels ten volle toepast om het voordeel van alle aard te bepalen. En dus een dubbele aanrekening van het voordeel van alle aard.
Een tweede denkpiste is gebaseerd op het standpunt van de administratie inzake tijdelijk (niet gedurende het ganse jaar) gebruik van een bedrijfswagen: in dat geval mogen "de forfaitaire kilometeraantallen pro rata temporis worden verminderd indien de belastingplichtige slechts een gedeelte van het jaar de beschikking heeft over het voertuig (vb. vanaf 1 september of tot en met juni in welk geval de forfaitaire kilometeraantallen vermeld in voormelde tabel mogen worden herleid tot 4/12, respectievelijk 6/12)."
Technisch gesproken is de situatie van onze zaakvoerder en bestuurder van twee verschillende ondernemingen waarbinnen hij gratis over een wagen kan beschikken nauwelijks verschillend. Als hij een of de andere wagen gebruikt, is dat nooit tegelijkertijd en moet men dat dus pro rata berekenen. Rest nog te weten hoe men die pro rata moet berekenen. 50/50 lijkt een grote fout, tenzij de zaakvoerder zijn tijd netjes verdeeld tussen de twee ondernemingen en er beschikt over een wagen met dezelfde CO2-uitstoot. Als dat niet het geval is, hebben de ondernemingen er alle belang bij als ze het voordeel van alle aard dat ze hadden moeten aangeven willen aftrekken om een gegrond en gedocumenteerd dossier aan te leggen, wetend dat:
- het aantal afgelegde kilometers (die kunnen immers worden vergeleken) van de wagen van belang is;
- en dat het totaal aantal voordelen moet overeenstemmen met 100% voor het hele jaar (geen 3/12 voor een onderneming en 7/12 in de andere).
Zonder deze voorzorgen dreigt immers de bijzondere aanslag van 309% op het niet-aangerekende voordeel.
Weet wel dat de toepassing van deze interpretatie voor misnoegen kan zorgen bij de belastingcontroleur en dat voorafgaandelijk toch de vraag gesteld dient te worden of bij toepassing hiervan het sop de kool waard is...
|
|
Laatst geupdate ( Thursday 11 March 2010 )
|